Gedichten


Gedichten van de actieve leden van Aldichter:

Alziendhandje

Op het scherm volgen we een wolk van stippen, één ervan ben jij.
Ergens op de rotsen van Gilbraltar, halverwege, wacht je nu.
Jij weet dat lucht geen warme handen heeft boven zee. Je wacht
op eigen kracht. Duizend kilometer en nog meer, zullen we meegaan
met jouw vleugelslag, hemelwegen, alle meters meten die je vliegt of zweeft.

Ergens in jouw vogelhoofd moet ook een schermpje zijn
waarop jij bossen en velden ziet, ook al heb je die nog nooit gezien.
Worden ze, tjirpend en krioelend, groener, elke kilometer die je vliegt?

Ons weten is niet machtig, ons oog
kan jou niet behoeden als je valt.
We zullen je vangen in een lijnenspel.
Je bestaat in coördinaten.

En wie volgt mij, welk puntje in welke grafiek ben ik, zoals ik hier nu zit
en denk aan jou of als ik kikkers tel, vanavond, bij de sloot?

© Frouke Hansum


Je hand

handjeKlein handje,
Je grijpt, je knijpt,
Ongecontroleerd en zonder doel,
Je speelt kiekeboe, je wijst,
Je doet van alles en een heleboel,

Lief handje,
Je tekent, je rekent,
Je schrijft geconcentreerd zinnen op papier,
Je maakt mooie en onverwachte keuzes,
Je gaat links en rechts op jouw manier

Mooie hand,
Je verveelt, je streelt,
Je studeert en je leert,
Je slaat van je af omdat je ruimte wil,
Je bedenkt en creëert,

Zorgzame hand,
Je troost, je knuffelt,
Je draagt liefde en soms ook last,
Je wiegt en je verschoont luiers,
Je klust, je poetst en je wast,

Wijze hand,
Je wordt teder en komt tot bezinnen,
Je hebt al die tijd hard gepoetst en geklust,
Nu is er vrijheid in de vertraging
Je wijsheid wordt omarmt en gekust,

Doorleefde hand,
Serene rust.

©  Elske Bakker




De tijd is daar

tijd

Tinnen soldaatjes vallen over
vrouwen in fluwelen rokken
spijkers in te trage lokken

mannen op kale velden winters op bebaarde helden
krijsen Hooglied in het licht
ritsen nacht en onheil dicht.

Kinderen verborgen
het land van koele nevels
maar paradijs scheurt dorstig open
een ieder die er ooit wil lopen

ik had het gezien ik wist het daarom zeker
mijn vader draaide er de dagen
met sleutel uit de klok
gestolen uren kwamen, nooit meer in gelid.


© Mieke Peeters




Ruiter, branding, wandelaar

ruiterNet als ik houdt de zee haar adem in:
Zij stormt op me af, één met paard duikt
De godin op, de branding vuurwater.

Ver draagt de zon haar blik over mij heen
En schroeit mijn oude ogen pijnlijk fel.
Ik schuil onder de haren van de herfst,
Sproei met elke ademtocht meer mist.

In vlasblonde overmoed jaagt ze voorbij,
Mij voorbij op haar met sliklinten versierde
Buit. Ik sta, een versteende strandpaal.

Niet eerder zag ik, hoorde ik, rook ik
Dat ik al zo lang van zo vroeger was,
Toen ik je nog onbedijkt najoeg.

Ze kijkt om en spetterlacht haar zege
Ik verberg mijn voorjaarshart en zwaai
Alsof ik haar ogenvlam niet zie.

Mijn ingezouten voeten drijft de zee
Het strand weer op. Nu ben ik haar lentestorm,
In de wolken wedergeboren paard.
Ongezadeld zal zij mijn vuur berijden –

Totdat wij opgebrand nog slechts flakkeren,
Van dit spelen dorstig, de tijd ons wegspoelt.

© Cees Noordhoek




3 wenken voor een gelaagd kunstenaarschap

3 wenken

een scheet in een volle kamer
heeft meer impact dan één op de hei
effect is timing, context is framing

schilder een witte kamer zwart
en de witte kat wordt zichtbaar
met andere woorden: met andere ogen

op een zilveren schaal ligt Flappie
een godenzoon wordt gekruisigd
kortom: kill your darlings - halleluja

© Geert van der Wijk




aldichter