Maria Goud

niemand is van goud
alleen mijn oma

ik ken alleen haar ogen
wit gezicht boven zwarte jurk
en haar
mona
lisa
mond

nooit hoorde ik haar stem
toch kon ik haar horen
ze leefde op mijn moeders tong

nooit heeft ze mij gezien
toch zag ik haar kijken
in haar ogen het grijs
van de rivier
het glanzend grijs
dat achter de huizen gleed
waar mijn vader
mijn moeder

in haar ogen de glanzende rivier
het stromen heen en weer
de rust van gaan en komen

Maria Goud vloeit in mij

ik ben een piepklein staafje een gram
achter een goudautomatendeurtje
voor als iemand ’s avonds laat
nog trek heeft in wat vastigheid

ik ben Maria Goud
in mijn dromen


Frouke Hansum