LICHTOPSTAND

Ik ben een boei, een hecht verankerd
Gevangene van de zee.
Ik ben willoos, in haar ondiepten
Oppervlakkig vastgezet.
Met elk tij beweeg ik machteloos
Mee, aan iedere stroming
Geef ik toe – zover mijn ketting gaat.

Met een knipperlicht ben ik getooid,
Verlicht een pad dat ik niet ken.
Met felgekleurde tekens bescherm
Ik de vaarwegen die ik haat.
Met mist brul ik onvrijwillig mee
In het koor van de juiste koers.

Ik wil niet meer meedeinen, ik wens
Weg te drijven, grillige lijnen
Te trekken op de witste stranden,
Ik wens toe te geven aan het vrij
Gewicht van de eigen zwaartekracht.


Cees Noordhoek