ACHTER DE RUG

Vertrouwde voorstellingen openen de wand:
Het dorp aan de rivier, een molen op de dijk.
Boten liggen er stil, op de oever geborgen.
Een vrouw leest in een boek, een raam is een spiegel.

Ik kijk vaak naar die roerloze wolken, de brief
Die aan haar hand ontvalt. Haast kan ik het kraken
Van strenge winters horen, die barsten trekken
In de strakgespannen doeken, ijsberichten.

Achter mijn rug verdonkeren vooruitzichten,
Achter me haast het lawaai van mijn stad voorbij.
Ik wil niet omdraaien, ik wil sprakeloos zijn,

Helemaal in geschiedenissen ingelijst.
Ik wil niet anders zijn dan een traag uitharden
In vertrouwde voorstellingen, verleden tijd.

Cees Noordhoek