WERELDDELEN

In de oude atlas drijven ze stil voorbij: ik
Ruik Sumatra eerst. Dan de andere eilanden,
Al net zo vreemd en vertrouwd: Java, Bali, Flores,
En verder nog de Soenda’s. Verbleekt zijn hun kleuren,

Sepia resten van een koloniaal bestaan.
Iets anders dan een zinsbegoocheling waren die
Kaarten nooit. De witte vlek van bestuur en orde
In heldere legenda vast bezegeld. Buiten

Zorg, zo wilden we dat leven. En de geheime
Kruiden, de schreeuwende kleuren, het gewriemel, we
Snoven niets op, hoorden het niet. Maar wat verbleekt
Niet, wanneer de Merapi met as de hemel teert?

Ik sla dicht. Onopgetekende afzettingen
Liggen ingeklonken onder mijn wuivend vlas. Ik,
Die een inboorling der Bevelanden ben en buig
Voor elke vorst van overzee. In de armen van

De Schelde wieg ik mijn eilanden, net als vroeger,
Onontdekt, door geen vreemde macht in kaart te brengen.
Hurkend kook ik op een laag vuur mijn geroezemoes -
En weet dat mijn springtij alles zal overstromen.

Cees Noordhoek