IK BEN LOS

Geweldig zonnelicht
Laat me in je binnengaan
Dan zal ik aan jou
En, na dit leven, mijzelf
Maar altijd naast jou, naast jou
Mijn hoofd te slapen aanbieden
Om daarna, om de beurt
Wanneer jij, zon, weer bent opgestaan,
Wakker geworden, mij te dwingen
Ook een keer wakker te worden
En dan de krant open te slaan
En in de avond te dichten dat blad
En te bloeien voor jouw ogen
O nee, niet voor jouw ogen
Maar voor die in bloei staan
Steeds in dat eeuwig licht
Dat als een onblusbare spaarlamp
Mijn mijngangen verlicht
Verlicht en mij, nietig schepseltje
Dat altijd en eeuwig naar boven graaft
Omdat het anders niet groeien wil
Met het leven wilt besproeien

Ik ben een bloem, ik ben los.

Naar Guido Gezelle
ees Noordhoek