Onze wereld


Wij liepen naar school.

Rond onze blote knieŽn,
kousen, jas en staartjes
ontstond een wereld
vol gras en beton.

Dagelijks heiden ze er nieuwigheid in.
De stoeptegels blonken
als het pas gewassen schoolbord.
Er was licht zat, we hadden krijt
en zeeŽn van tijd.

We veranderden iedereen
naar believen. Klasgenoten
werden -helden of sukkels-
vereeuwigd op het steentapijt
onder onze giechelende handen.
Het springelastiek en het touw
hingen slordig uit de zakken
van onze Trevira jurkjes,
terwijl wij staarden naar de wereld
achter de beruchte brug,
de grens van ons bestaan.

Ooit met het gooien van een dobbelsteen
zouden we die passeren
over waters van grote diepten.

Wij waadden in rekbare tijd, we schiepen
wereld na wereld, we liepen
naar school of weer naar huis.

Anne van Rooijen