Als ik ’s middags om half 4
het bed in duik waarin ik
waarschijnlijk sterven zal

speelt de wereld buiten haar
doelloos en verwaten spel

In mij vreet een boktor
en vindt met graas en gruis
alles wat zijn hart begeert

Laat hopen peilloos zaagsel achter

Om half zes blaas ik alle stof uiteen
en richt mij op

Rammelend met elke knekel

Maarten Borger